Oorlog herdenken is oorlog voorkomen

Categorieën
Research

Admiraal Sir Bertram Home Ramsay

Admiraal Sir Bertram Home Ramsay was een van de belangrijkste Britse marineofficieren van de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij bij de Dover Patrol, waar hij ervaring opdeed met complexe kustoperaties en anti-duikboot oorlogsvoering. In 1938 was hij van plan met pensioen te gaan maar hij bleef uiteindelijk in de marine vanwege de steeds voelbaardere spanningen in de betrekkingen met Duitsland.

Bertram Ramsay coördineerde tussen 26 mei en 4 juni 1940 vanuit het Dover Castle de evacuatie uit Duinkerke (Operatie Dynamo) van meer dan 330.000 Britse en Franse soldaten die door de Duitsers in het nauw waren gedreven. Als plaatsvervangend zeestrijdkrachtencommandant plande en leidde hij de succesvolle amfibische landingen in Noord-Afrika (Operatie Torch) en later de invasie van Sicilië (Operatie Husky). Als Naval Commander in Chief van de geallieerde invasievloot was Ramsay verantwoordelijk voor het overzetten van de troepen vanuit Engeland naar Normandië tijdens D-day. Het coördineren van bijna 7.000 vaartuigen was een ongeëvenaarde logistieke prestatie. 

Na de opmars door Frankrijk en België viel de havenstad Antwerpen begin september 1944 onbeschadigd in geallieerde handen. Antwerpen was echter nutteloos zolang de Duitsers de oevers van de Westerschelde, en met name het zwaar gefortificeerde Walcheren, controleerden.

Ramsay was een van de weinige geallieerde bevelhebbers die de strategische urgentie hiervan inzag. Al op 5 september waarschuwde hij Veldmaarschalk Bernard Montgomery dat het openen van de Schelde de absolute topprioriteit moest zijn. Montgomery gaf echter de voorkeur aan de opmars richting Duitsland (Operatie Market Garden) en stelde de aanval op de Schelde uit. Deze vertraging stelde de Duitsers in staat om Walcheren uit te bouwen tot een zwaar verdedigde vesting. Toen het gebrek aan bevoorrading de geallieerde opmars later dat najaar toch deels lam legde, kreeg Ramsay een leidende rol in de planning van Operatie Infatuate.

Ramsay’s aanpak voor Operatie Infatuate rustte op een brute, maar effectieve tactiek:

Inundatie van Walcheren: Om de Duitse verdediging te breken en speciale amfibische voertuigen (zoals de Buffalo’s en Weasels) te kunnen gebruiken, werden de dijken bij Westkapelle, Veere, Vlissingen en fort Rammekens door de RAF gebombardeerd. Walcheren liep grotendeels onder water, wat de Duitsers naar de hoger gelegen delen van het eiland dwong.

Aanval vanuit Drie Richtingen: Op 1 november 1944 coördineerde de marine de aanval. Britse commando’s en troepen landden in Vlissingen vanuit Breskens (Operatie Infatuate I), terwijl een tweede amfibische strijdmacht bij Westkapelle landde (Operatie Infatuate II). Tegelijkertijd vochten Canadese troepen zich over de drassige en zwaar verdedigde Sloedam een weg naar het eiland.

Ondanks bittere weersomstandigheden en zwaar verzet slaagden de landingen. Dankzij Ramsay’s planning werd de haven van Antwerpen op 28 november 1944 geopend voor scheepvaart, wat de logistieke redding betekende voor de geallieerde opmars naar Duitsland.

Bertram Ramsay zou de uiteindelijke overwinning niet meemaken. Op 2 januari 1945 stortte het vliegtuig waar hij in zat neer, kort na het opstijgen vanaf de luchthaven Toussus-le-Noble nabij Parijs. Hij was op weg naar een ontmoeting met Montgomery in Brussel. Ramsay, vier van zijn stafleden en de bemanning van het vliegtuig kwamen daarbij om het leven.  Zijn meesterschap in amfibische oorlogsvoering leeft voort en was mede doorslaggevend voor de bevrijding van Europa en in het bijzonder voor de bevrijding van de Zeeuwse wateren.

De kisten met de 5 omgekomen militairen waaronder, naast Ramsay,  2 stafleden van HMS Odyssey, zijn persoonlijke piloot en een tweede bemanningslid. HMS Odyssey was het hoofdkwartier van de Allied Naval Commander-in-Chief Expeditionary Force (ANCXF), met Ramsay als Commander-in-chief, en bevond zich toen op het terrein van het Château d’Hennemont in Saint-Germain-en-Laye, een buitenwijk van Parijs.
De foto is genomen in de kapel aldaar. Het betreft de “lying in state” of wel staatsopbaring van de 5 omgekomen militairen. De erewacht: De militairen staan in de traditionele Britse marine-houding voor rouw (“Reverse Arms”), met het hoofd gebogen en rustend op de kolf van hun omgekeerde geweer.

HE KNOWS HE AT THE END SHALL LIFE INHERIT

Categorieën
Research

D/SSX14392 James Hough

James Hough werd geboren op 25 mei 1913 in de plaats Sale (Cheshire, Engeland) als zoon van Joseph en Elizabeth Hough. Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende hij in de Royal Navy als Petty Officer (onderofficier).

James behoorde tot het gespecialiseerde Royal Naval Beach Commando en hij was afkomstig van H.M.S. Northney, gelegen op Hayling Island in Hampshire, Engeland. Dit was een van de Britse “stone frigates” (marinebasis aan wal) die tijdens de Tweede Wereldoorlog dienden als opleidingscentra en basis voor landingsvaartuigen. De in totaal 22 Royal Naval Beach Commando eenheden waren getraind om landingsstranden (beach heads) op te richten, te beheren en te controleren tijdens amfibische operaties.

Tijdens operatie Infatuate was Royal Naval Beach Commando L (ook bekend als Commando “Love”) verantwoordelijk voor deze levensgevaarlijke maar essentiële taken tijdens de amfibische operaties. De eenheid bestond uit ongeveer 10 officieren en 60 manschappen, geleid door een Principal Beachmaster. De eenheid was opgedeeld in drie secties (L1, L2 en L3) om de logistiek, de doorstroom van troepen, het snel keren van landingsvaartuigen en het zo snel mogelijk afvoeren van gewonden en krijgsgevangenen te regelen bij de landingen.

Commander Redvers M. Prior was de Principal Beachmaster voor de gehele operatie op Walcheren. Sectie L3 stond onder bevel van deputy commander Captain Maud en hij stuurde de landingszone in Vlissingen aan tijdens Infatuate I (secties L1 en L2 landden in Westkapelle, Infatuate II).

Op 1 november 1944 nam Petty Officer James Hough in sectie L3 deel aan de amfibische aanval op Vlissingen en ging met de eerste aanvalsgolf aan land. Hij moest als onderofficier direct toezicht houden op de “Able en Ordinary Seamen” in de sectie en zorgen dat de orders van de Beach Master direct werden uitgevoerd om het bruggenhoofd bij Uncle beach in te richten. Het was tijdens de felle beschietingen en chaos op het bruggenhoofd dat James Hough op de eerste dag van de aanval op 1 november 1944 sneuvelde. De precieze omstandigheden zijn niet bekend. Hij was 31 jaar oud.

Petty Officer James Hough werd begraven op de tijdelijke begraafplaats bij Uncle beach. Na de oorlog is hij herbegraven op het Bergen-op-Zoom War Cemetery, zijn rustplaats is Graf 5-D-6.

In Vlissingen wordt zijn opoffering nog altijd geëerd. Bij het landingsgebied waar hij het leven liet, is het openluchtmuseum en herdenkingsmonument Uncle Beach aan de Oranjedijk ingericht. Hier staat de naam van James Hough vereeuwigd op de Roll of Honour, ter nagedachtenis aan de bevrijders die de hoogste prijs betaalden voor de vrijheid van Nederland.

HIS MEMORY IS OUR GREATEST TREASURE IN OUR HEARTS. HE WILL LIVE FOR EVER.

Categorieën
Research

2. Artillerieträger-Flottille

De 2. Artillerieträger-Flottille werd in september 1942 opgericht en ondergebracht bij de 2. Sicherungs-Division, die verantwoordelijk was voor de kustverdediging in het Nauw van Calais en het Kanaal tussen Dover en de Scheldemonding. 

Het flottielje bestond niet uit traditionele oorlogsschepen, maar uit zwaarbewapende, omgebouwde gevorderde civiele koopvaardijschepen en landingsvaartuigen zoals AF (Artilleriefährprähme, SAT (Schwere Artillerieträger) en LAT (Leichte Artillerieträger) die waren volgebouwd met 8,8 cm, 3,7 cm en 2 cm luchtafweergeschut (Flak).

Vlissingen was in 1943 een cruciaal steunpunt voor de Kriegsmarine vanwege de strategische ligging aan de monding van de Westerschelde, met toegang tot de haven van Antwerpen. De schepen van de 2. Artillerieträger-Flottille hadden twee hoofdtaken:

Konvooibegeleiding (Geleitzugdienst): In 1943 was de geallieerde dreiging op zee sterk toegenomen. Kustkonvooien die logistieke goederen langs de Nederlandse kust naar Frankrijk brachten, werden hevig aangevallen door Britse jachtbommenwerpers, motortorpedoboten (MTB’s) en motorkanonboten (MGB’s). 

Drijvende Flak-batterijen: Wanneer de schepen in een haven lagen afgemeerd of voor anker lagen hadden ze een statische functie. Vanwege hun enorme hoeveelheid luchtafweergeschut fungeerden ze als extra bescherming voor haveninstallaties tegen geallieerde luchtaanvallen.

Na de val van Antwerpen begin september 1944 werd de 2. Artillerieträger-Flottille direct onder bevel gesteld van de Seekommandant Südholland. In oktober 1944 zaten tienduizenden soldaten van het Duitse 15e Leger (onder generaal Von Zangen) in de val in de ‘Breskens Pocket’ in Zeeuws-Vlaanderen. Terwijl de Canadezen oprukten, organiseerden de Duitsers een massale evacuatie over de Westerschelde naar Vlissingen en Zuid-Beveland. De Artilleriefährprähme van de 2. Flottille werden intensief ingezet om deze overtochten te beschermen. Zij fungeerden als drijvende forten op de Westerschelde en hielden de geallieerde jachtbommenwerpers op afstand, zodat de trage veerponten de Duitse troepen konden overzetten.

Tijdens de felle geallieerde bombardementen op Vlissingen in oktober en november 1944 liepen diverse vaartuigen zware averij op. In de loop van oktober werden de overgebleven, nog zeewaardige boten van het flottielje uit de Zeeuwse wateren teruggetrokken naar Ijmuiden, Rotterdam en Wilhelmshaven en ondergebracht bij de 5. Sicherungs-Division. Begin mei 1945 werden de schepen verzameld in Rotterdam, waar ze zich overgaven aan Britse troepen.

Categorieën
Nieuws

We bestaan 10 jaar!

Onze stichting passeerde de jubileumgrens van 10 JAAR; om even bij stil te staan. Op 3 augustus 2016 melden zich drie “oorlogskinderen” bij de notaris om onze stichting op te richten:

Jaap Ventevogel, Catharina Schoenmakers en Jo de Ridder ondertekenden die dag de akte. Een mooi avontuur begon met als eerste hoogtepunt de opening van de Roll of Honour op de muur van de Oranjemolen.

1. De stichting heeft als doel:
a. de geschiedenis van en kennis over Vlissingen in de Tweede Wereldoorlog bij een groot publiek in herinnering te houden bij huidige en toekomstige generaties om nieuwe oorlogen te helpen voorkomen;
b. het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.

2. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door:
– het houden van herdenkingen;
– het stimuleren en realiseren van publicaties;
– het (doen) aanbrengen van gedenktekens;
– het opzetten van een vraagbaak over de betreffende periode in Vlissingen en omgeving via een website en via sociale en andere media; en
– het samenwerken met andere organisaties.

Wij zijn er trots op dat we tot op de dag van vandaag actief zijn als bestuur en vrijwilligers om deze doelen te bewaken en vorm te blijven geven.