Oorlog herdenken is oorlog voorkomen

 De ramp met de ARM 11 

De ramp met de ARM 11 op donderdag 7 oktober 1943 was het directe gevolg van een tragische misrekening door de geallieerden tijdens een militaire patrouille in de Zeeuwse wateren. 

Wat er die ochtend gebeurde: Tussen 07:32 uur en 07:47 uur ’s ochtends vloog een geallieerd eskader boven Zeeland. De formatie bestond uit: 

• Acht Hawker Hurricane jachtbommenwerpers van het No. 137 Squadron van de Britse Royal Air Force (RAF). 

• Zeven Typhoon gevechtsvliegtuigen die als escorte meevlogen. 

De piloten voerden een zogenaamde low-level attack (een aanval op zeer lage hoogte) uit ten noordwesten van de Sloedam. Ze vlogen boven het Veerse Gat en stuitten ter hoogte van Kamperland op de houten mosselhengst ARM 11, die op een visgrond lag, die lokaal bekendstond als “In de Goudmiene”. De vliegtuigen openden direct een hevige aanval met hun boordwapens (mitrailleurs en snelvuurkanonnen) op het kleine vissersschip. 

Aart bij de kade.

De kogelregen bracht een enorme ravage teweeg op het houten schip. Schipper Willem van Belzen en zijn broer Aart van Belzen kwamen hierbij om het leven. Twee andere familieleden aan boord, Robbert van Belzen en Gillis van Belzen, raakten bij de beschieting gewond maar overleefden het drama. De boot raakte onherstelbaar beschadigd. (Terwijl de witte vlag in top was een drama voor de ogen van de zoon… daar had oom het altijd over…)

Willem van Belzen werd 45 jaar en liet een vrouw en 2 zonen achter. Een zoon zat in Duitsland en mocht niet naar huis voor de begrafenis van zijn vader. 

Wim zijn zoon in Duitsland (links boven)

Er werden verder ook 5 Duitse soldaten gedood en er vielen nog 11 gewonden die naar Vlissingen werden gebracht voor herstel. Een Hawker Hurricane Mk.IV met het serienummer KZ620 stortte neer. De piloot: De 28-jarige Britse Flying Officer Bernard Soulsby (RAF Volunteer Reserve) werd nooit teruggevonden. 

Hoe het kon gebeuren (de oorzaak) 
Dat de geallieerden een onschuldige vissersboot aanvielen, had twee hoofdoorzaken: 

1. Strategische sperzone: De Zeeuwse wateren waren door de Duitse bezetter uitgeroepen tot militair spergebied (Sperrgebiet). De geallieerden wisten dat de Duitsers hier zelf ook kleinschalige vaartuigen gebruikten voor patrouilles, bevoorrading of het leggen van mijnen. Elk schip dat zich in deze zone bevond, werd door geallieerde piloten automatisch als vijandelijk beschouwd. 

2. Visuele verwarring vanaf grote hoogte: Vissersschepen zoals hoogaarzen en mosselhengsten leken van een afstand of vanuit de lucht sterk op de kleine Duitse marinevaartuigen (zoals Küstenschutzboote of gemotoriseerde aken). Omdat de piloten in een fractie van een seconde moesten beslissen en de bevelen hadden om het Duitse scheepvaartverkeer volledig lam te leggen, werd de ARM 11 aangezien voor een legitiem Duits militair doelwit. 

De kleinzoons van Aart en Wim (met dezelfde voornamen) leggen zaterdagmorgen 31 oktober 2026 een krans ter nagedachtenis aan hun opa’s bij de koopvaardij-visserijherdenking. 

“Elke naam is een schreeuw om vrede”.