Sergeant William Pretswell, geboren in 1918 in Cambusnethan, North Lanarkshire, Schotland, zoon van David en Susan Pretswell, echtgenoot van Jeanie B. Pretswell uit Newmains, Lanarkshire was een Britse militair die diende in 2 platoon van de de 241st Field Company Royal Engineers. De eenheid bestond uit drie platoons Schotse genietroepen (sappers) en was verbonden aan de 52nd (Lowland) Infantry Division.

Baret- insigne van de Royal Engineers
Genietroepen waren o.a. verantwoordelijk voor het ruimen van mijnen, bouwen van bruggen,vrijmaken van wegen en ondersteunen van de infanterie bij het overwinnen van vijandelijke obstakels.
Op 1 november 1944 begon de amfibische aanval (Infatuate I) op Vlissingen. De 241st Field Company speelde hierbij een belangrijke ondersteunende rol voor de aanvallende eenheden. 2 Platoon van de 241st Field Company landde samen met de 4th King’s Own Scottish Borderers in de vroege ochtend.
2 Platoon trok samen met B & C Companies, 4 K.O.S.B. de stad in om obstakels en explosieven te ruimen. De volgende dag werd 2 platoon terug getrokken naar omgeving
Uncle beach om daar, met hulp van Duitse krijgsgevangenen, werkzaamheden uit te voeren. Hiervoor waren bulldozers overgevaren vanuit Breskens. Ook werden explosieven op de scheepswerf onklaar gemaakt.
Op 5 november begon 2 platoon samen met 4 K.O.S.B. anti-tank obstakels te verwijderen op de weg van Vlissingen naar Oost-souburg en mijnen te ruimen op het jaagpad langs het kanaal door Walcheren. Het jaagpad was de enige optie voor het bevoorraden met behulp van vrachtwagens van de oprukkende troepen richting Middelburg. De hoofdweg van Vlissingen naar Middelburg lag immers onder water. Het ruimen ging traag en was uiterst gevaarlijk werk omdat het jaagpad onder water stond tijdens vloed omdat de sluizen waren vernield en vol lag met rotzooi. De volgende dag, terwijl Britse eenheden richting Middelburg oprukten in LVT’s (Buffalo’s) ging dit werk door.
Op 7 november trokken Britse eenheden Middelburg in, 2 platoon is dan nog steeds bezig met het zoeken naar en ruimen van “Teller- und Schümine” op het jaagpad en het opvullen van bomkraters.
Deze dag komt Sergeant William Pretswell om het leven door een ontploffende mijn. Volgens de War diary van 241th Field Company komt ook Lance-Sergeant Arthur Allpress daar bij om het leven maar zijn sterfdatum is officieel 8 november.
De commandant van 2 platoon gaf vervolgens, na overleg met de Commander Royal Engineers van de 52e Divisie in Middelburg, het bevel om al het werk aan het jaagpad te
staken vanwege de grote hoeveelheid mijnen en de moeilijkheid om deze te detecteren als gevolg van aangespoeld vuil op het jaagpad en de oevers van het kanaal.
De volgende dag werd het werk op het jaagpad hervat op bevel van de 155th Brigade als urgent werk aangezien de route dringend nodig was om troepen in Middelburg te bevoorraden. Op 9 november werd het jaagpad vrijgegeven voor verkeer tot klasse 5 (tot 5 Ton).
William Pretswell werd tijdelijk begraven in Biervliet, achter de R.K.-kerk, en is in juni 1946 overgebracht naar het Bergen-op-Zoom War Cemetery, 16. B. 4
Zijn naam staat vermeld op het Larkhall War memorial, South Lanarkshire, Schotland en op het Herdenkingsmonument/Roll of Honour “Uncle Beach”, Oranjedijk, Vlissingen.
AT THE GOING DOWN OF THE SUN AND IN THE MORNING WE WILL REMEMBER YOU



