Oorlog herdenken is oorlog voorkomen

2. Artillerieträger-Flottille

De 2. Artillerieträger-Flottille werd in september 1942 opgericht en ondergebracht bij de 2. Sicherungs-Division, die verantwoordelijk was voor de kustverdediging in het Nauw van Calais en het Kanaal tussen Dover en de Scheldemonding. 

Het flottielje bestond niet uit traditionele oorlogsschepen, maar uit zwaarbewapende, omgebouwde gevorderde civiele koopvaardijschepen en landingsvaartuigen zoals AF (Artilleriefährprähme, SAT (Schwere Artillerieträger) en LAT (Leichte Artillerieträger) die waren volgebouwd met 8,8 cm, 3,7 cm en 2 cm luchtafweergeschut (Flak).

Vlissingen was in 1943 een cruciaal steunpunt voor de Kriegsmarine vanwege de strategische ligging aan de monding van de Westerschelde, met toegang tot de haven van Antwerpen. De schepen van de 2. Artillerieträger-Flottille hadden twee hoofdtaken:

Konvooibegeleiding (Geleitzugdienst): In 1943 was de geallieerde dreiging op zee sterk toegenomen. Kustkonvooien die logistieke goederen langs de Nederlandse kust naar Frankrijk brachten, werden hevig aangevallen door Britse jachtbommenwerpers, motortorpedoboten (MTB’s) en motorkanonboten (MGB’s). 

Drijvende Flak-batterijen: Wanneer de schepen in een haven lagen afgemeerd of voor anker lagen hadden ze een statische functie. Vanwege hun enorme hoeveelheid luchtafweergeschut fungeerden ze als extra bescherming voor haveninstallaties tegen geallieerde luchtaanvallen.

Na de val van Antwerpen begin september 1944 werd de 2. Artillerieträger-Flottille direct onder bevel gesteld van de Seekommandant Südholland. In oktober 1944 zaten tienduizenden soldaten van het Duitse 15e Leger (onder generaal Von Zangen) in de val in de ‘Breskens Pocket’ in Zeeuws-Vlaanderen. Terwijl de Canadezen oprukten, organiseerden de Duitsers een massale evacuatie over de Westerschelde naar Vlissingen en Zuid-Beveland. De Artilleriefährprähme van de 2. Flottille werden intensief ingezet om deze overtochten te beschermen. Zij fungeerden als drijvende forten op de Westerschelde en hielden de geallieerde jachtbommenwerpers op afstand, zodat de trage veerponten de Duitse troepen konden overzetten.

Tijdens de felle geallieerde bombardementen op Vlissingen in oktober en november 1944 liepen diverse vaartuigen zware averij op. In de loop van oktober werden de overgebleven, nog zeewaardige boten van het flottielje uit de Zeeuwse wateren teruggetrokken naar Ijmuiden, Rotterdam en Wilhelmshaven en ondergebracht bij de 5. Sicherungs-Division. Begin mei 1945 werden de schepen verzameld in Rotterdam, waar ze zich overgaven aan Britse troepen.