Oorlog herdenken is oorlog voorkomen

Categorieën
Research

3046681  Private John ‘Jack’ Stoddart – British Army, Royal Berkshire Regiment, 4 Commando, 1 Troop

Soldaat John Stoddart, door zijn familie Jack genoemd, werd geboren op 25 maart 1903 in Newcastle-upon-Tyne, Tyne and Wear, Engeland. Hij  meldde zich op 23 oktober 1920, op 17-jarige leeftijd, aan voor een diensttijd bij de Royal Scots (nr. 26333). Hij diende in India van 18 februari 1922 tot 10 april 1926. Hij werd op 22 oktober 1932 ontslagen uit militaire dienst waarna hij ging werken als mijnwerker in de Burghlee kolenmijn in Loanhead. Hij woonde bij zijn zus op 65 Dobbie’s Road in Bonnyrigg en bleef ongetrouwd.

Op 6 november 1939 meldde hij zich aan bij de Royal Scots Fusiliers TA (Territorial Army, vrijwillige reserve-eenheden van het gelijknamige Britse linie-infanterieregiment, voornamelijk gerekruteerd uit Zuidwest Schotland) en werd vervolgens overgeplaatst naar het Royal Berkshire Regiment. Daarna sloot hij zich aan bij No. 4 Commando en diende met hen in Noordwest-Europa. Als eind dertiger de loodzware Commando training voltooien en deelnemen aan een frontlinie operaties getuigt van een uitzonderlijke fysieke en mentale conditie. Hij was letterlijk de “oude rot” in zijn eenheid.

4 Commando, 1 Troop  vormde samen met 2 Troop de eerste aanvalsgolf in Vlissingen. Zij landden op 1 november 1944 om exact 05:45 uur (onder codenaam Keepforce) bij de Slijkhaven. Hun taak was cruciaal: het veiligstellen van een bruggenhoofd  zodat de rest van het commando en later de 155th Infantry Brigade veilig aan land konden komen. Terwijl ze de dijk bij de Oranjemolen overklommen, kwamen ze onder direct vuur te liggen van Duitse stellingen in de stad. 1 Troop kreeg de taak om de Duitse 75mm-geschutspositie bij de Oranjemolen uit te schakelen. Dit lukte vrij snel, ze verrasten 20 Duitse soldaten in hun bunker.

John Stoddart was lid van een machinegeweer sectie. Later op de dag, tijdens de opmars door de stad, komen ze onder zwaar vuur te liggen vanuit een mitrailleurnest op de tankmuur op doelwit “BEXHILL” (Betje Wolfplein). Vanuit de gebouwen aan het plein schieten Duitse schutters op alles wat beweegt. De locatie kreeg later de bijnamen “Hellfire corner” en “Crossroads”. Als de sectie onder dekking van een rookgordijn en ondersteunend Brenvuur is overgestoken blijkt dat men het statief voor het machinegeweer niet heeft meegenomen. Bij een poging dit statief op te halen wordt John Stoddart dodelijk geraakt door een sluipschutterkogel.

Zijn onderscheidingen waren: de 1939/45 Ster, de Franse en Duitse Ster, de Defence Medal en de War Medal 1939-1945.

Private John ‘Jack’ Stoddart werd aanvankelijk begraven in Dokhaven, 04-11-1944, nr 1. Op 2 mei 1946 werd hij met volledige militaire eer herbegraven naast zijn gevallen kameraden op het “Cross of Sacrifice”, Bergen-op-Zoom War Cemetery, Ruyvenshoveweg, Bergen op Zoom. (Grafreferentie: 15-A-11).

Categorieën
Research

837194 Gunner William Young ‘Bill’ Harvey British Army, Royal Artillery, 4 Commando, 3 Troop

William Young Harvey werd geboren in 1915 in North Shields, Tyne and Wear, Engeland. Hij kreeg onderwijs aan de Spring Gardens School. Voor het uitbreken van de oorlog werkte hij in de Scott’s Sweet Factory en later als mijnwerker in de Seghill Colliery.
Hij ontmoette zijn vrouw, Margaret, in Troon, Ayrshire, Schotland, waar ze trouwden en zich vestigden op Alderside Avenue 7. Samen kregen ze een zoon, die ook Bill werd genoemd.

Harvey sloot zich aanvankelijk aan bij het Territorial Army, waar hij zes jaar diende. Daarna meldde hij zich vrijwillig aan voor speciale dienst en voegde zich bij de elite No.4 Commandos dat was samengesteld uit vrijwilligers van verschillende Britse legeronderdelen, hierdoor behielden de militairen van de Royal Artillery vaak hun oorspronkelijke rangen (zoals Gunner) terwijl ze dienden als elitetroepen binnen specifieke eenheden zoals 3 Troop waarin Bill Harvey diende.

No. 4 Commando is opgericht in Juli 1940 in Weymouth, Engeland en de maanden daar na werden gebruikt om de manschappen te trainen. In oktober 1940 verplaatste de eenheid zich naar Schotland (onder andere Inveraray) voor zware fysieke en amfibische trainingen ter voorbereiding op kustaanvallen.

De eerste grote inzet was op 4 Maart 1941: Operation Claymore (Noorwegen). Samen met No. 3 Commando voerde No. 4 Commando een uiterst succesvolle overval uit op de door de Duitsers bezette Lofoten. Ze vernietigden visoliefabrieken (gebruikt voor de productie van explosieven), namen Duitse krijgsgevangenen en wisten geheime Enigma-codeboeken buit te maken.

Op 19 Augustus 1942 volgde Operation Jubilee (Dieppe, Frankrijk)
Tijdens de beruchte (en grotendeels bloedige) aanval op Dieppe, landde No. 4 Commando op de rechterflank bij Varengeville. Hun missie was het uitschakelen van de gevaarlijke Duitse kustbatterij ‘Hess’. De aanval was een schoolvoorbeeld van een commando-operatie en een van de weinige absolute successen van die dag.

6 Juni 1944: Operation Overlord (D-Day, Normandië)**
Als onderdeel van de 1st Special Service Brigade landde No. 4 Commando in de ochtend op *Sword Beach* (Queen Red sector). Hun doel was het veroveren van een Duitse vesting en kustbatterij in Ouistreham. Daarna stootten ze door het binnenland in om zich aan te sluiten bij de luchtlandingstroepen bij de Pegasusbrug en de heuvelrug bij Amfreville. Ze bleven hier tot september 1944 in zware strijd verwikkeld.

In September 1944 werd de eenheid teruggetrokken naar de Isle of Wight in Engeland om uit te rusten, te hergroeperen en nieuwe vrijwilligers op te leiden.

Op 1 November 1944 volgde Operation Infatuate I (Vlissingen, Nederland). Het openen van de haven van Antwerpen was van cruciaal belang voor de bevoorrading van de geallieerde opmars naar Duitsland. Om dit te bereiken moesten de geallieerden de zwaar verdedigde Scheldemonding zuiveren, die werd bewaakt door Duitse kustbatterijen op Walcheren. No. 4 Commando landde in de vroege ochtend bij het Slijkhaventje naast de Oranjemolen (Uncle Beach). 3 Troop kreeg de taak om snel naar hun eerste grote verzamelpunt en hoofddoelwit te trekken met de codenaam “BRAEMAR.” (Bellamypark). Ze rukten op door de stad via de Wilhelminastraat en de Nieuwstraat maar de opmars stuitte op gedesorganiseerde, maar felle Duitse weerstand vanuit bunkers en mitrailleurnesten. Ze vochten zich letterlijk straat voor straat, huis voor huis, een weg door de binnenstad van Vlissingen. Bij deze straatgevechten sneuvelden diverse mannen van 3 Troop met een Royal Artillery-achtergrond. Bill Harvey kwam met zijn sectie uiteindelijk aan bij het einddoel, het Bellamypark. Aangezien oversteken risicovol was zei hij tegen zijn beste vriend en getuige bij zijn huwelijk Alex “Mac” MacAulay die ook in No. 4 Commando diende: “Laat mij maar eerst gaan. Ik heb een machinepistool, jij slechts een geweer”. Bij het oversteken van het Bellamypark werd Gunner Bill Harvey, 29 jaar oud, dodelijk getroffen door Duits mitrailleurvuur.

Gunner Harvey werd aanvankelijk begraven in Biervliet, achter de plaatselijke rooms-katholieke kerk. Op 5 juni 1946 werd hij met volledige militaire eer herbegraven naast zijn gevallen kameraden op het “Cross of Sacrifice”, Bergen-op-Zoom War Cemetery, Ruyvenshoveweg, Bergen op Zoom. (Grafreferentie: 19-B-6).
In Vlissingen wordt zijn naam herdacht op de “Uncle Beach” Roll of Honour aan de Oranjedijk. Bovendien bevindt zich op de hoek van de Nieuwstraat en het Bellamypark een plaquette die speciaal aan hem is gewijd, met de tekst: “Ter nagedachtenis aan de Schotse soldaat William ‘Bill’ Young Harvey, sneuvelde hier op 01-11-1944.”
Hij wordt ook herdacht op het Commando Memorial “Area of Remembrance”, Lochaber, Scottish Highlands, Scotland.

MacAulay overleefde de slag om Walcheren en de rest van de oorlog. Hij kreeg later de hartverscheurende taak om een brief te schrijven aan Margaret, bij wiens huwelijk hij als ‘best man’ naast Bill had gestaan, om haar te vertellen hoe haar man was gestorven.