Oorlog herdenken is oorlog voorkomen

Dirk van der Wal

Dirk van der Wal werd geboren op 14 juli 1917 in Zuidland, een dorp op het eiland Voorne-Putten in de provincie Zuid-Holland. Hij groeide op als zoon van J.A. van der Wal en Pietertje Weeda en was de oudste broer in het gezin. Eind dertiger jaren ging Dirk het leger in omdat hij vreesde voor de invloed die Hitler in Europa begon te krijgen. 

Op 10 mei 1940 is hij met enkele maten met een vliegtuigje Nederland ontvlucht naar Engeland.Dirk van der Wal werd het jaar daar op ingedeeld in de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene. Deze eenheid werd in 1941 in Engeland opgericht en bestond uit Engelandvaarders, geëvacueerde militairen en Nederlanders uit overzeese gebiedsdelen. Ze werden vooralsnog echter niet ingezet voor acties op het vaste land tegen de Duitsers.

Toen de Britse krijgsmacht in 1942 vrijwilligers zocht voor nieuw op te richten geallieerde Commando-eenheden, meldde een groep mannen uit de Prinses Irenebrigade zich aan, onder wie Van der Wal. Op 22 maart 1942 vertrokken zij naar Achnacarry ,Schotland om daar de zware Commando Basic Training te volgen. Hier onderging Van der Wal een van de zwaarste militaire opleidingen ter wereld: speedmarsen met zware bepakking, overleven in de wildernis, man-tegen-mangevechten en amfibische landingen. Het trainingskamp stond onder leiding van de beruchte Britse luitenant-kolonel Charles Vaughan, wiens meedogenloze trainingsfilosofie simpel was: “Alles gebeurt hier in de looppas. Wij kennen de gewone pas niet, behalve ik.” Wassen, eten, trainen en overleven in de bittere kou. Alles ging op topsnelheid en onder extreme druk. Na het voltooien van deze training ontving hij de felbegeerde groene baret.

Op 25 juni 1942 werd van der Wal samen met vierentwintig Nederlandse commando´s overgeplaatst naar het Schotse plaatsje Troon. Hier werd onder het bevel van reserve eerste-luitenant P.J. Mulders No.2 (Dutch) Troop officieel opgericht, onderdeel van het fameuze No. 10 (Inter-Allied) Commando met als thuisbasis Porthmadog in Wales.

Op 31 mei 1943 verhuisde van der Wal met No.2 (Dutch) Troop en de andere onderdelen van No.10 (Inter Allied) Commando naar de Engelse badplaats Eastbourne, wat tot het eind van de oorlog de thuisbasis zou blijven van deze internationale eenheid. 

In december 1943 werd, op aandringen van luitenant Linzel en Prins Bernhard, besloten om No.2 (Dutch) Troop samen met een Britse commandobrigade in het Verre Oosten in te zetten. Een aantal Nederlandse commando´s stond bepaald niet te springen om naar Azië af te reizen, zij wilden liever tegen de Duitsers vechten om het vaderland te bevrijden. In januari 1944 arriveerden de commando’s in Brits-Indië. Slechts vijf commando’s mochten mee vechten in Birma tegen de Japanners, van der Wal zat daar niet bij. Hij heeft daar ongeveer een half jaar gezeten en zich rot verveeld met patrouilles lopen. Ondanks de mooie beloftes heeft hij geen enkele gevechtshandeling mogen verrichten. Omdat de invasie in Europa nabij leek wilden de commando’s terug, ze kwamen op 15 augustus 1944 aan in Engeland.

Tijdens Operatie Market Garden werd de No. 2 (Dutch) Troop opgesplitst in kleine detachementen. Omdat zij de taal spraken en de cultuur kenden, werden zij als liaisons (verbindingsofficieren), verkenners en tolken toegevoegd aan de grote geallieerde luchtlandingsdivisies.

Dirk van der Wal, inmiddels sergeant-commando,  werd toegevoegd aan de befaamde 101ste US Airborne Division (Screaming Eagles). Op 17 september 1944 nam hij deel aan de massale luchtlanding. In tegenstelling tot de parachutisten landde Van der Wal per zweefvliegtuig, in de omgeving van Son (Noord-Brabant). Het doel van de 101ste Airborne was het veroveren van de bruggen bij Son, Sint-Oedenrode en Veghel om zo de opmarsroute (Hell’s Highway) voor het Britse 30e Legerkorps open te houden. De Duitsers bliezen echter de brug over het Wilhelminakanaal op, net voordat de geallieerde soldaten, waaronder Van der Wal, deze konden veroveren. Als Nederlandse commando tussen de Amerikanen had Van der Wal een cruciale taak. Hij legde direct contact met het lokale Nederlandse verzet, ondervroeg Duitse krijgsgevangenen voor snelle inlichtingen, begeleidde Amerikaanse patrouilles door onbekend terrein en hielp bij het ontdekken van Duitse hinderlagen. Op 11 oktober 1944 kwamen de restanten van No.2 (Dutch) Troop, er waren een aantal commando’s gesneuveld en gevangen genomen, bijeen in Eindhoven. Kapitein Linzel legde hen de keuze voor om rust te nemen of aan een nieuwe actie deel te nemen. De vermoeide commando’s kozen voor de laatste optie.

Op 1 november 1944 begon Operatie Infatuate I, de amfibische aanval op Vlissingen. Elf Nederlandse commando’s, waaronder van der Wal,  werden daar ingezet. Dit keer zij aan zij met de Britse en Franse commando’s van No. 4 Commando. Van der Wal was als TCM (Troop Sergeant Major) ingedeeld in KEEPFORCE, de “advance reconnaissance party”, die in twee LCP’s (Landing Craft Personel) als eerste moesten landen om  het landingsgebied vrij te maken, te markeren voor de troepen die zouden volgen en een bruggehoofd op te stellen. Na de landing vocht van der Wal zich een weg door de straten van Vlissingen. Er werd van huis tot huis en van bunker tot bunker gevochten. De Nederlandse commando’s raakten drie dagen lang verzeild in felle straatgevechten maar wisten, met slechts twee gewonden en met behulp van andere commando-eenheden, Vlissingen op 3 november te bevrijden. Dit maakte de weg vrij om de rest van Walcheren te zuiveren en uiteindelijk de haven van Antwerpen te openen, wat een beslissend kantelpunt in de oorlog was.

Aan het einde van de oorlog, in april en mei 1945, werd Dirk van der Wal nog ingezet aan het front bij het Hollands Diep. Na de bevrijding ging hij naar de Stormschool in Bloemendaal waar hij werd bevorderd tot officier. In 1947 kreeg hij eervol ontslag uit het leger. Hij trouwde in uniform en ging aan de slag in een van de slagerijen van zijn schoonvader. Hoewel hij het burgerleven oppakte gaf hij later toe dat hij misschien beter beroepsmilitair had kunnen blijven. Uiteindelijk verhuisde hij met zijn vrouw naar de regio Leeds in Engeland. Daar kreeg hij een zoon en een dochter. Hij overleed in Thorner, Engeland op 15 juli 1983, precies één dag na zijn 66e verjaardag. Na zijn overlijden hoorde zijn dochter Jeanne dat haar vader het Bronzen Kruis, een onderscheiding voor getoonde moed, had ontvangen maar daar had hij thuis nooit over gesproken.

De mannen van No. 2 Dutch Troop, waaronder Van der Wal, legden de basis voor wat vandaag de dag het Korps Commandotroepen (KCT) van de Koninklijke Landmacht is. Van der Wal had een nuchtere, bijna fatalistische manier om met de constante dreiging om te gaan. Zijn persoonlijke lijfspreuk was: “Als er geen kogel is waar Dirk van der Wal op staat, hoef ik me geen zorgen te maken.”