Jean François Simon werd geboren op 2 december 1919 in Tréglamus, een klein dorp in het departement Côtes-d’Armor in Bretagne. Na de val van Frankrijk in de vroege zomer van 1940 weigerde hij zich neer te leggen bij de bezetting door nazi-Duitsland. Op 2 september 1940 sloot hij zich in Engeland aan bij de Forces Navales Françaises Libres onder leiding van generaal de Gaulle. Hij kreeg hierbij het stamboeknummer 37FN40.

Simon behoorde tot de eerste kerngroep van vrijwilligers die later de basis zou vormen van de Franse commandoeenheid. In 1941 maakte hij al deel uit van de instructiecompagnie van luitenant Philippe Kieffer. Hij werd door kameraden omschreven als een robuuste man met een neus die deed denken aan die van een bokser, zo kreeg hij zijn bijnaam; Le Boxeur; Omdat hij tot de 17 mannen van het eerste uur behoorde kreeg hij het zeer lage commando badgenummer 6.
In april 1942 vertrok hij naar het befaamde Commando Basic Training Centre in Achnacarry in de Schotse Hooglanden, waar hij de zware training voltooide. Hiermee werd hij officieel ingedeeld bij Troop 1 van het pas opgerichte 1er Bataillon de Fusiliers Marins Commandos (1er BFMC). Jean Simon groeide uit tot een ware steunpilaar van de eenheid en nam als “quartier-maître fusilier” (korporaal) deel aan vrijwel alle grote operaties van zijn bataljon gedurende de oorlog.
Hij was betrokken bij operatie Jubilee, de grote en bloedige raid op de Franse kustplaats Dieppe in augustus 1942. Jean Simon deed mee aan diverse levensgevaarlijke nachtelijke raids langs de Franse kust om de vijandelijke verdediging uit te proberen en te verkennen ter voorbereiding op D-Day.
De paar maanden voor D-day waren No.4 commando en No.10 (Inter-Allied) commando (o.a. de Fransen) ingekwartierd bij burgers in Bexhill-on-Sea.
Training en vertrek: In Bexhill hielden de troepen zich bezig met intensieve trainingen, parades en oefeningen met scherpe munitie. Op 25 mei 1944 verlieten ze de stad in stilte om naar de verzamelpunten in Southampton te gaan, waar ze werden geïsoleerd voor de definitieve oversteek naar Sword Beach op D-Day.
Vlak voor D-day werd medegedeeld dat de commando’s een aantal dagen na de landing zouden worden afgelost, dat werden er uiteindelijk 82…Op de ochtend van 6 juni 1944, D-Day, landde Jean Simon met zijn eenheid op Sword Beach bij Colleville-sur-Orne. De Franse commando’s hadden als taak de versterkte bunkers in Ouistreham en het plaatselijke casino in te nemen. Hij overleefde de zware gevechten en vocht mee in de lange, bloedige Normandië-campagne, waaronder de verdediging van de beroemde Pegasusbrug .
Op 6 september verlieten ze Frankrijk en werden ze voor verlof naar camp Petworth in West Sussex gebracht waar ze drie weken mochten aansterken.
Daarna scheepten ze in richting Oostende en werden naar De Haan getransporteerd om zich voor te bereiden op operatie Infatuate I.
Op 1 november 1944 landde Jean Simon met het 1e BFMC (onderdeel van No.4 Commando) onder vijandelijk vuur op Uncle Beach bij de Oranjemolen in Vlissingen, Operatie Infatuate I. Na een zware amfibische landing was Troop 1 betrokken bij het zuiveren van de Oranjemolen, de bunkers aldaar, het Arsenaal (wat reeds verlaten bleek te zijn), de stellingen rondom de Kooppmanshaven en in de middag en de volgende dag samen met Troop 3 de “bomvrije” achter de gevangentoren. Hij was betrokken bij felle stadsgevechten om de stad huis voor huis en straat voor straat te bevrijden.
Voor zijn standvastigheid en uitmuntende militaire gedrag tijdens operatie Infatuate I werd hij na de oorlog onderscheiden met de Médaille Militaire en de Croix de Guerre avec étoile de bronze.
Toekenning van de Médaille Militaire
De quartier-maître fusilier 1e klasse SIMON (Jean), van het 1e bataljon fusiliers-marins commandos: Sectiecommandant met een voorbeeldige moed en koelbloedigheid. Heeft tijdens de landing in Vlissingen op 1 november 1944 zijn sectie, deel van zijn eenheid, door de door de vijand bezette stad geleid naar de essentiële positie die hij moest behouden. Heeft deze positie in het begin vrijwel alleen standgehouden, geïsoleerd van de rest van zijn sectie tegenover een Duitse compagnie die in onze linies probeerde te infiltreren en heeft hen daarbij zware verliezen toegebracht. Nadat hij was ontzet,
is hij zijn positie nog 24 uur blijven verdedigen, waarbij hij alle vijandelijke tegenaanvallen heeft verijdeld. Heeft blijk gegeven van de allerhoogste morele en militaire kwaliteiten.
Hoewel hij vanaf de allereerste dag tot het bittere eind bij de commandos diende en voor de vrijheid van Frankrijk had gevochten, koos Jean Simon er na de oorlog voor om zich definitief in Engeland te vestigen. Hij trouwde daar met Hazel Weekes in Sussex in 1945 en werkte korte tijd in dienst van de Franse ambassadeur in Londen. Daarna stapte hij over naar een baan bij de Britse spoorwegmaatschappij, waarna hij zijn werkzame leven afsloot als werknemer op diverse boerderijen op het Engelse platteland.
Jean Simon overleed op 15 juli 1982 op 63-jarige leeftijd in Hastings, Engeland waar hij tevens begraven ligt.