Adrian Alan Oliphant Kidston werd geboren in 1923 in Edinburgh. Schotland. Hij was de zoon van Brevet Colonel Robert Alexander Patrick Richard Kidston en Penelope Paul Kidston. Zijn vader was afkomstig uit een bekende zakenfamilie, werkte als aandelenhandelaar in Glasgow en was zelf ook militair commandant (onder andere van het 131st Field Regiment Royal Artillery).
Adrian genoot zijn opleiding aan het prestigieuze Fettes College in Edinburgh. Hij blonk daar niet alleen academisch uit, maar was ook een getalenteerde en veelzijdige student. Hij werd uiteindelijk benoemd tot “Head of House” en “Head of School”. Buiten de lessen was hij een zeer gewaardeerde speler in het rugbyteam, speelde hij cello en bezocht hij in zijn vrije tijd graag het theater.
In de herfst van 1942 begon Adrian de Officer Cadet Training aan de Queen’s University, Belfast en ging trainen in Catterick Garrison in North Yorkshire. Na zijn opleiding sloot hij zich aan bij het nieuw gevormde 1st Mountain Regiment omdat hij het altijd leuk had gevonden om in de “Arrochar Alps” in Schotland te klimmen. Hij werd ingedeeld bij het 452 Mountain Battery, 1st Mountain Regiment, 52nd Lowland Division, als Lieutenant met legernummer 304038. Het regiment was onderdeel van de Royal Artillery.
Begin 1944 ging het regiment naar Peterculter in de buurt van Aberdeen om te oefenen voor oorlogsvoering in bergachtig en besneeuwd gebied. Ze waren uitgerust met 3.7-inch houwitsers, speciaal ontworpen om in losse onderdelen op de ruggen van muilezels gedragen te worden. Omdat ze te weinig muilezels hadden gebruikten ze in plaats daarvan ezels. De soldaten leerden paard- en muilezelrijden en voegden vol trots de aanduiding “Mountain” toe aan de schouderemblemen op hun uniformen.
In de zomer van 1944 veranderde hun missie drastisch. Het regiment moest de (muil)ezels inruilen voor jeeps om als luchtlandingseenheid te gaan fungeren en ze verplaatsten zich naar het zuiden van Engeland. Aanvankelijk stonden ze stand-by voor een rol tijdens de luchtlandingen bij Arnhem maar dat ging uiteindelijk niet door.
Half oktober werd in allerijl het Engelse kanaal overgestoken, ze kregen een sleutelrol bij Operatie Infatuate, de geallieerde aanval op Walcheren op 1 november 1944. De 452 Mountain Battery kreeg de zware taak om nabije vuursteun (close support) te verlenen aan de 155 Brigade en het No. 4 Commando bij de verovering van de havenstad Vlissingen.
Op de vroege en mistige ochtend van 1 november scheepte de 452 mountain battery in vanuit de haven van Breskens. De inscheping in de tien landingsvaartuigen was zwaar en gevaarlijk. In het pikkedonker moesten de zware kanonnen via krakkemikkige, zelfgemaakte ladders vanaf een smalle steiger in de landingsvaartuigen worden neergelaten.
De Battery Commander, major John Fairclough, en second-in-command captain Vincent Cohen hadden ondertussen al met een met een kleine verkenningspartij Vlissingen bereikt. Hun berichten over sterke Duitse tegenstand vertraagde het vertrek van de 452 Battery tot na zonsopgang.
Al vanaf het begin van de circa 5 kilometer lange oversteek over de Westerschelde van de eerste vijf LCA’s kwamen ze onder zwaar vuur te liggen van een Duitse kustbatterij. Tijdens de landing om 11:15 werden ze tevens bestookt met machinegeweervuur, ondanks het rookgordijn bij Uncle Beach wat ze uit het zicht van de Duitsers had moeten houden. Vlak voor de aankomst op Uncle Beach
kreeg het landingsvaartuig waar Lieutenant Kidston in zat een voltreffer in de motor. Kort daarna volgde een tweede fatale voltreffer, waarschijnlijk van een 8.8 FLAK granaat, waardoor het vaartuig in brand vloog en zonk.
Lieutenant Adrian Alan Oliphant Kidston sneuvelde hierbij op slechts 21-jarige leeftijd. Samen met hem kwam onder meer Lance Bombardier William Mountjoy om het leven, terwijl een andere kanonnier, John Banborough, dodelijk werd geraakt door machinegeweervuur toen hij uit het brandende landingsvaartuig in het water probeerde te duiken. Sergeant Rogers, gewond in zijn dij, zwom naar de gewonde en uit het landingsvaartuig geslingerde gunner Oates toe om hem te redden. Rogers weigerde aan boord te gaan van een te hulp geschoten terugkerend landingsvaartuig totdat alle andere overlevenden waren opgepikt.
In eerste instantie werd Adrian Kidston geregistreerd als vermist (Missing Presumed Killed), maar al snel werd zijn dood in de strijd om de bevrijding van Vlissingen officieel vastgesteld.
Lieutenant Adrian Alan Oliphant Kidston staat vermeld op het familiegraf in het Hermitage Park in Helensburgh , Schotland. Hij word herinnerd op het Groesbeek Memorial bij Nijmegen, zijn naam staat daar vermeld op paneel 1.
… AAN WIE HET FORTUIN VAN DE OORLOG EEN BEKEND EN EERVOL GRAF WERD GEWEIGERD…
Adrian wordt ook herdacht op het herdenkingsmonument/Roll of Honour “Uncle Beach”, Oranjedijk, Vlissingen. https://oorlogsjarenvlissingen.nl/herdenkingen-monumenten/



