Oorlog herdenken is oorlog voorkomen

10801FN40 – Alexandre Lofi

Alexandre Lofi werd geboren op 21 februari 1917 in Dudweiler, gelegen in het destijds Duitse Saarland, waar zijn vader alsmijnwerker werkte. Na de Franse overwinning in 1918 keerde het gezin terug naar hun oorspronkelijke thuisbasis in L’Hôpital in het departement Moselle, dat weer Frans grondgebied was geworden. Hier bracht Alexandre Lofi zijn jeugd door en volgde hijbasisonderwijs.

Al op jonge leeftijd koos hij voor een leven op zee. In 1930, op 13-jarige leeftijd, trad hij toe tot de École des Pupilles de la Marine in Brest.

Op 1 april 1933 nam hij officieel dienst bij de Franse marine. Na verschillende inschepingen werd hij ingedeeld bij de fusiliers marins (mariniers). Hij klom gestaag op, in oktober 1935 werd hij Quartier-maître fusilier (kwartiermeester).

Toen Frankrijk in juni 1940 capituleerde weigerde Alexandre Lofi, inmiddels second-maître (onderofficier), militair instructeur en sportinstructeur aan de Marineschool in Brest, de wapenstilstand te accepteren. Hij wist naar Engeland te ontkomen en sloot zich op27 juni 1940 in de Olympia Hall in Londen aan bij de Vrije Franse Strijdkrachten (FFL, Forces Françaises Libres) van generaalCharles de Gaulle waar hij Philippe Kieffer ontmoette. Hij werd ingedeeld bij het 1e Bataillon de Fusiliers Marins (1e BFM). Met zijn eenheid vertrok hij in oktober 1940 naar Kameroen. Hier speelde hij een jaar lang een belangrijke rol in de kustverdediging van dit Afrikaanse gebied, dat zich bij de Vrije Fransen had aangesloten. Hij werd gepromoveerd tot officier des équipages en nam van november 1941 tot december 1942 deel met het pas opgerichte 2e BFM ter verdediging van de kusten van Libanon.

In juni 1943 meldde Alexandre Lofi zich als vrijwilliger voor het 1e Bataillon de Fusiliers Marins Commandos (1er BFMC), onder leiding van commandant Philippe Kieffer. Hij reisde terug naar Groot-Brittannië en trainde in de zware commandoopleidingskampen in Schotland. Het volledige Franse commandobataljon werd als “Troop 1” en “Troop 8” toegevoegd aan het Britse No. 10 (Inter-Allied) Commando, een geallieerde eenheid waarin buitenlandse vrijwilligers zaten die de talen van de geallieerde landen spraken

Op 6 juni 1944 (D-Day) landde Alexandre Lofi, aan het hoofd van Troop 8, ‘s ochtends vroeg op Sword Beach in Normandië, samen met No.4 commando. Zijn eenheid had als specifieke doelwit het zwaar verdedigde casino van Ouistreham, dat door de Duitsers was omgebouwd tot een bunkercomplex.

Onder leiding van Lofi werd het doelwit met succes ingenomen en werden veel vijandelijke soldaten krijgsgevangen gemaakt. Toen commandant Kieffer tijdens de gevechten gewond raakte, nam Alexandre Lofi met buitengewone koelbloedigheid het commando over het hele Franse bataljon op zich. Hij leidde zijn mannen in de cruciale weken na de landing, waaronder bij dezware verdediging van de Pegasusbrug over de rivier de Orne. Tijdens een nachtelijke aanval op een sterk verdedigde Duitsemortierstelling in de sector L’Épine op 20 augustus 1944, raakte Alexandre Lofi gewond door granaatscherven.

Na zijn herstel speelde Alexandre Lofi opnieuw een sleutelrol. Op 1 november 1944 nam hij als bevelvoerder van de Franse troop 5, inmiddels geïntegreerd in No. 4 commando, deel aan de amfibische landing bij Vlissingen, als onderdeel van Operatie Infatuate.De L.C.A. waar Alexandre Lofi in zat, samen met no.1 sectie, werd geraakt door flak granaten en machinegeweerkogels, de motor viel uit en het vaartuig botste tegen een pier. Na de landing zonk het landingsvaartuig.

Troop 5 trok de stad in, via de Oranjestraat, langs de Gravestraat richting de Sint Jacobskerk en vervolgens via het Bellamypark naar de barakken achter de gevangentoren, in de volksmond “de bomvrije” geheten. Er waren felle straatgevechten, huis tot huis, en er werden Duitse troepen gevangen genomen. Troop 5 splitste zich op de grote markt op om de barakken aan te vallen. No. 2 sectienaar de noordkant, Alexandre Lofi ging samen met no. 1 sectie naar de zuidkant.

Om 08:00 kreeg Troop 5 echter andere orders. 4 KOSB ging de barakken aanvallen, troop 5 moest door naar de bunker bovenaan de Coosje Buskenstraat, codenaam Dover.

No. 1 sectie ging via de Noordstraat en nam stelling in een huis op de hoek van Coosje Buskenstraat waar ze onder vuur kwamenvan een flak-vierling en machinegeweren bij de bunker op de Boulevard. No. 2 sectie ging via de Molenstraat en kwam bij de Paardenmarkt waar ze onder vuur kwamen te liggen van machinegeweren en sluipschutters. Om 12:30 kregen ze orders om terug tetrekken en hun posities te houden, de bunker zou bestookt worden door artillerie.

De volgende ochtend werd de aanval op de bunker hervat. Vanaf het dak van de bioskoop Alhambra werd met een PIAT (draagbaar anti-tankwapen) geprobeerd de Duitsers tot overgave te dwingen.

Beide secties, een aan elke kant van de Coosje Buskenstraat, baanden zich een weg door de huizen wat “mouseholing” werd genoemd. De bunker werd gebombardeerd door Typhoon vliegtuigen en bestookt met PIAT granaten. Aangekomen bij de anti-tankmuur bij de Boulevard werd besloten om de ingang van de bunker met een explosief te vernietigen, hiervoor zou een vrijwilliger voor de bunker langs moeten rennen om het explosief voor de ingang te gooien. Voordat dit plan zou worden uitgevoerd verscheen er echter een witte vlag. 3 officieren en 54 manschappen werden gevangen genomen.

Alexandre Lofi vocht de rest van de Nederlandse campagne uit en eindigde de oorlog in mei 1945 met de rang van Officier des Équipages de 1ère Classe.

Alexandre Lofi besloot na de oorlog in de marine te blijven en had een opmerkelijke naoorlogse carrière. Hij vervulde onder andere de volgende functies:

  • Directeur van de marinecommando-opleiding in Algiers
  • Directeur van het centrum voor fysieke educatie van de marine (1948-1952)
  • Hoofd van het Hoofdkwartier van de Maritieme Prefectuur in Toulon.
  • In 1960 werd hij technisch adviseur en sportofficier bij de chef van de marinestaf in Parijs.

Hij ging uiteindelijk in 1970 met pensioen als Officier en Chef des Équipages (een rang vergelijkbaar met kapitein-luitenant terzee/commandant). Alexandre Lofi overleed op 75-jarige leeftijd op 7 maart 1992 in Cuers, departement Var, waar hij ook begraven ligt. In L’Hôpital is een plein naar hem vernoemd, waar tevens een monument ter nagedachtenis aan hem is opgericht. In 2024 is een monument geplaatst in Ouistreham. Voor zijn immense moed en leiderschap ontving Alexandre Lofi enkele van de hoogste militaire onderscheidingen uit zowel Frankrijk als het Verenigd Koninkrijk:

  • Compagnon de la Libération (de hoogste en zeldzaamste onderscheiding die Frankrijk kent, persoonlijk door De Gaulle uitgereikt op 17 november 1945)
  • Officier de la Légion d’Honneur (Legioen van Eer)
  • Commandeur de l’Ordre National du Mérite
  • Croix de Guerre 1939-1945 (met 3 palmen/vermeldingen)
  • Military Cross (Verenigd Koninkrijk)
  • Médaille d’Or de l’Éducation Physique