Each name is a cry for peace


Vlissingen is in Nederland een van de zwaarst getroffen steden, niet alleen bij incidentele acties maar gedurende alle oorlogsjaren. Velen verloren het leven bij bombardementen in de bezettingsjaren en bij de strijd om Walcheren met Vlissingen als brandpunt.

De stichting Oorlogsjaren in Vlissingen wil het oorlogsverleden niet alleen in herinnering brengen als eerbetoon aan hen die vielen, maar vooral als waarschuwing voor het verloren gaan van vrede!

Daarom voert zij als motto:
'Elke naam is een schreeuw om vrede / Each name is a cry for peace'.

logo vlissingen

Het belang van de internationale rol van Vlissingen in de Tweede Wereldoorlog – Hans Sakkers

weer overtuigend. Maar Vlissingen en de Westerschelde vormden nu eenmaal voor Nederland geen nationale aangelegenheid en ze kregen in de landsverdediging een ondergeschikte positie.

België daarentegen besteedde veel aandacht en geld aan de verdedigingswerken die rond Antwerpen werden gebouwd. En internationale heersers als Napoleon en Hitler gaven er duidelijk de voorkeur aan om ten behoeve van Antwerpen juist de monding van de Westerschelde te verdedigen.

Toen Duitsland in mei 1940 Nederland aanviel had Hitler een bijzondere belangstelling voor Walcheren als positie in de lucht- en de zeeoorlog. Het ging hem hierbij duidelijk om Vlissingen, dat beschikte over havens en een vliegveld. Het was dan ook een elite eenheid SS Regiment Deutschland dat op 15 mei over de Kreekrakdam de aanval opende op de noordelijke oever van de Westerschelde met als einddoel Vlissingen.

De Fransen waren vanaf 10 mei met een infanteriedivisie Nederland te hulp geschoten. Deze eenheid, ingescheept in Duinkerken, kwam op 10 mei in Vlissingen aan.

Nadat Nederland zich al had overgegeven werd in Zeeland nog doorgevochten. Op 16 mei kwam het bij Kapelle tot een bloedige confrontatie tussen de Duitse en Franse troepen, waarbij de laatste zware verliezen leden. Men zou het de eerste Slag om de Schelde van de Tweede Wereldoorlog kunnen noemen.

In de avond van 17 mei bereikten de Duitse troepen Vlissingen waar de Fransen de hele middag drukdoende waren om troepen in te schepen teneinde ze de Westerschelde over te zetten en ze zo te laten ontkomen. In het havengebied sneuvelde hierbij de commandant van de Franse 60ste Infanteriedivisie Brigade generaal Marcel Deslaurens. Hij was de hoogste in rang die sneuvelde in de strijd van de meidagen in Nederland.

Vlissingen had dus in de meidagen van 1940 al geschiedenis van internationale betekenis. Niet te vergelijken met overig Nederland.

Tijdens de bezettingsjaren was Vlissingen geregeld doelwit van de geallieerde luchtmacht. Hierbij speelden drie doelen een belangrijke rol: het vliegveld, het havengebied en scheepswerf De Schelde.

Het vliegveld aan de noordzijde van de stad werd gebruikt tijdens de (Duitse) Slag om Engeland. Tevens stond het havengebied aan de oostzijde van de stad nog al eens op de doelenlijst van de Britse bommenwerpers. Deze twee faciliteiten speelden een rol op de door de Duitsers voorgenomen landing op Engeland.

Het meest dramatisch voor de stad echter was de ligging van de scheepswerf De Schelde. Aanvankelijk lag deze aan de noodzijde van de stad. Maar in loop van de vijftig vooroorlogse jaren was de stad sterk uitgebreid en was de werf in het centrum komen te liggen. Men werkte er voor de Duitsers gewerkt en daardoor werd de werf het object dat juist het meest door de Britse luchtmacht is aangevallen. Waarbij meer bommen de stad dan de werf troffen.

Vlissingen behoort niet tot die steden in Nederland waarbij door zware bombardementen de meeste doden vielen. Maar Vlissingen is wel de meest door vliegtuigen aangevallen stad in Nederland. Hierdoor bestond er een voortdurende dreiging, want Britse vliegtuigen vlogen nog al eens dagelijks over Vlissingen, soms wel, soms niet bombarderend (waarvan de bemanning door de Duitsers heel wat keren uit de lucht werd geschoten; zie ereveld Noorderbegraafplaats Vlissingen).

Veel inwoners verlieten dan ook de stad en de blijvers leken zich te gewennen aan de vele luchtalarmen. Sommigen zochten de schuilkelders vaak niet eens meer op.

Vanuit Berlijn werd in december 1941 besloten dat Vlissingen een vesting binnen de kustverdediging moest worden. Vanaf de zomer van 1942 werd Walcheren ingedeeld bij het 15de Leger dat in België en Noord-Frankrijk (door de Duitsers destijds bij België ‘ingelijfd’) was gestationeerd. Dit veroorzaakte dat vooral de verdediging aan de landzijde op een geheel andere wijze en krachtiger werd opgebouwd dan in de rest van Nederland. Het resulteerde in oktober 1944 in het Canadese besluit om Walcheren te inunderen.

Dat Vlissingen en Walcheren onlosmakelijk aan Antwerpen zijn verbonden werd het sterkst merkbaar op 4 september 1944, toen de geallieerden de Belgische havenstad onbeschadigd in handen kregen. Hitler verklaarde onmiddellijk heel Walcheren tot vesting.

Montgomery werd vanuit verschillende kanalen gewezen op het belang van Walcheren en Vlissingen. Hij negeerde dit, wat door menig Amerikaanse generaal en door internationale krijgshistorici gezien wordt als de grootste misser in de strijd om West-Europa in 1944-1945. Een oorlog-verlengende misser.

Vlissingen was onmiddellijk na de val van Antwerpen de belangrijkste havenstad in Nederland, omdat het een cruciale rol speelde in de terugtocht van Duitse schepen vanuit de Noord-Franse havensteden. De Duitsers konden zich aanvankelijk niet voorstellen dat de geallieerden niet onmiddellijk na Antwerpen de monding van de Westerschelde vrij zouden maken. Zodra ze echter de misser van Montgomery doorhadden, pasten ze hun strategie erop aan. Het grootste deel van het ingesloten Duitse 15de Leger werd met 84.000 man over de Westerschelde gezet en in Vlissingen ontscheept om vervolgens zijn operatieve vrijheid in Noord-Brabant te hervinden.

In eerste instantie leek dit door de geallieerden niet te zijn opgemerkt, maar vanaf 10 september lieten die er hun vele luchtaanvallen op los. Vlissingen was hiermee frontgebied geworden.

En daardoor lieten de Duitsers hier op 9 september, voor het eerst in Nederland, burgers door een militair standrecht ter dood veroordelen, een vonnis dat twee dagen later in de duinen van Valkenisse werd voltrokken. Ook daarna is er nog een Souburgse jongeman standrechtelijk geëxecuteerd, na bij een razzia in Middelburg te zijn aangehouden (zogenaamd omdat hij geweigerd zou hebben de Duitsers te helpen bij het aanleggen van een dijk tegen het overstromende water).

Na het afsluiten van de terugtocht van het 15de Leger kwamen ook nog eens ‘geheime wapens’ in de haven van Vlissingen te liggen. Het begrip ‘geheim wapen’ roept de gedachte op aan technologische hoogstandjes. Hiervan was echter in dit geval geen sprake. Het ging meer om wapens van wanhoop. Op afstand bestuurbare explosieve speedboten zouden het geïsoleerde Duinkerken moeten bereiken. Een plan dat na enkele mislukte pogingen werd afgeblazen. Toch bleven deze wapens tot het einde van oktober 1944 in Vlissingen gestationeerd met alle risico’s van dien.

Vanaf 17 september 1944 werd Vlissingen gebombardeerd door de geallieerde strategische luchtmacht. Het doel was de Duitse verdediging murw te bombarderen voordat de aanval werd ingezet.

De meest invloedrijke luchtaanvallen op Vlissingen echter vonden op 7 oktober plaats toen de dijken bij de Nolle en Fort Rammekens (aan de west-, respectievelijk aan de oostkant) werden gebombardeerd, waardoor Vlissingen onder water kwam te staan. Alleen het centrum van de stad bleef, als een eiland, droog.

Voorafgaande aan die aanval was een grootscheeps bombardement door de strategische luchtmacht gepland. Een bombardement dat heel Vlissingen in een ruïne zou moeten veranderen. Een kwestie die tot op hoog geallieerd niveau werd besproken.

De opperbevelhebber van de geallieerde strijdkrachten, generaal Dwight Eisenhower, was voorstander. Hij wenste alles in te zetten om de aanval op Vlissingen tot een succes te brengen. Dit gezien het belang van een vrije doorvaart naar Antwerpen.

De Britse eerste minister Winston Churchill wees dit echter resoluut van de hand. Een dergelijke aanval had in september 1944 op Le Havre plaatsgevonden met als resultaat: tweeduizend dode burgers. Hij vond het onacceptabel dat opnieuw een dergelijke aanval op een stad van een bevriende natie zou plaats vinden.

Zo kroop de stad Vlissingen met zijn bevolking door het oog van de naald.

Dat gebeurde nog eens toen de Duitsers – in hun strategie van zoveel mogelijk zo goed mogelijk vernield achterlaten – afzagen van het laten exploderen van het schip dat de hele oorlog op de helling van de scheepswerf (in het centrum van de stad dus) had gelegen: de Willem Ruys. Dat zou de hele werf hebben vernield en waarschijnlijk ook schade hebben toegebracht aan delen van de aangrenzende binnenstad.

In de vroege ochtenduren van 1 november landden geallieerde elite troepen van het nummer 4 Commando in de oude haventoegang van de voormalige Slijkhaven van Vlissingen. Die was verzand en afgesloten van de andere havens. Na drie dagen van verwoede straatgevechten capituleerde de laatste Duitse verdediging in de nog bestaande mitrailleurbunker aan het Nollehoofd.

In deze strijd speelde het verzet een rol. Over het belang daarvan kan men van mening verschillen, maar het kwam Hitler ter ore, waardoor hij verstrekkende maatregelen nam voor de bevolking van het nog bezette deel van West-Europa. Die werd sindsdien gedwongen te evacueren uit de frontgebieden en de vestingen.

Na de strijd om Vlissingen waren, naar men zegt 'één woning uitgezonderd', alle huizen van de stad verwoest of beschadigd. Een stadsarchivaris heeft eens zijn verbazing erover uitgesproken dat men na de oorlog – bij wijze van spreken – de verwoeste stad niet heeft verlaten en een eindje verderop een nieuwe is gaan bouwen.

Men kan zich echter afvragen waarom Vlissingen na de oorlog, onder het mom van stadssanering, zijn monumentale panden en straten in de binnenstad radicaal sloopte, in plaats van die te restaureren. Zou die actie zijn terug te voeren op een soort collectief post-traumatisch oorlogsstress syndroom?

De geschiedenis van Vlissingen in oktober en november 1944 is te vergelijken met de strijd die is gevoerd om de Franse Atlantikwall-vestingen en niet met de gevechten die op Nederlandse bodem hebben plaatsgevonden.

In de strijd om de Atlantikwall speelde Vlissingen een uiterst bijzondere rol door de inundaties en de landing. Het beeld van een aanstormde commando van Titus Leeser symboliseert op treffende wijze deze strijd.

Het werd in 1952 door de Minister van Oorlog Staf onthuld als nationaal monument op het landingsstrand, Uncle Beach.

Hans Sakkers, Werkgroep Oorlogsdocumentatie juni 2017