Each name is a cry for peace


Vlissingen is in Nederland een van de zwaarst getroffen steden, niet alleen bij incidentele acties maar gedurende alle oorlogsjaren. Velen verloren het leven bij bombardementen in de bezettingsjaren en bij de strijd om Walcheren met Vlissingen als brandpunt.

De stichting Oorlogsjaren in Vlissingen wil het oorlogsverleden niet alleen in herinnering brengen als eerbetoon aan hen die vielen, maar vooral als waarschuwing voor het verloren gaan van vrede!

Daarom voert zij als motto:
'Elke naam is een schreeuw om vrede / Each name is a cry for peace'.

logo vlissingen

PZC-artikel bij afscheid Leon DeWitte als bestuurslid van de stichting


DeWitte herinnert zich nog goed een Britse die wanhopig op zoek was naar haar vader. Deze militair kwam om op 1 november 1944 op het stand bij Westkapelle, tijdens de landing van de geallieerden. DeWitte kwam te weten dat het lichaam kort na die landing was overgebracht naar Zoutelande en later weer teruggebracht naar Westkapelle. ,,Het was de bedoeling het aan boord te brengen van een schip voor terugkeer naar Engeland. Maar het voertuig met dat lichaam liep op een zware mijn en werd volledig vernield, zodat haar vader nooit terugkeerde."

De Vlissinger zit vol met zulke verhalen. Van veteranen die vertellen hoe ze kameraden verloren, van familieleden die willen weten hoe het was om in Zeeland te strijden, van oud-soldaten die verbaasd zijn dat ze als helden worden ontvangen door de Zeeuwse bevolking. ,,Piloten die de dijken bij Westkapelle bombardeerden, durfden aanvankelijk helemaal niet aanwezig te zijn bij herdenkingen. Ze vreesden gelyncht te worden, maar werden juist vriendelijk ontvangen." Ook zat hij bij veteranen aan het bed in verpleeg-huizen.

Voor zijn grote inzet en betrokkenheid kreeg hij meerdere hoge onderscheidingen. Onder meer van de Black Watch Royal Highland Regiment, de Canadezen die vochten bij de Sloedam.

DeWitte is historicus en vertelt dat hij als oorlogskind, geboren in '41, altijd een grote betrokkenheid voelde bij de oorlog. ,,Ik heb echter niets met oorlogsspullen. Ik verzamel wapens noch uniformen."

Wel contacten. Hij kent door zijn vrijwilligerswerk talloze mensen in binnen- en buitenland. En hij beseft mede daardoor dat een oorlog vreselijk is. Hij weet maar al te goed dat veel veteranen kampen met trauma's, en dat oorlogen vooral verliezers kennen. ,,Ik was pas nog op enkele oorlogsbegraafplaatsen. Als je al die stenen ziet van al die jonge jongens, dan zie je toch de zinloosheid."


Monumenten

Hij is blij dat het gelukt is op Walcheren verschillende monumenten te krijgen die de herinnering aan de bevrijding levend houden. En ook is hij heel blij dat het monument in Vlissingen daar staat waar het hoort te staan, aan de voet van de dijk waar de geallieerden landden, en niet op een achterafplaatsje aan de verkeerde kant van die dijk. Tegelijkertijd vindt hij het jammer dat de gemeenten er niet meer in slagen samen die bevrijding van Walcheren te herdenken. Ook vindt hij het een gemiste kans dat het niet lukte één Zeeuws museum op te zetten over de Slag om de Schelde. ,,Nu zijn er een paar kleine, en deels lijden ze een kwijnend bestaan." Hij vraagt zich af of er in de toekomst nog wel wordt stilgestaan bij de bevrijding van Walcheren. ,,Dit weekeinde komen nabestaanden van geallieerden naar Vlissingen, maar er is voor hen niets georganiseerd door de gemeente. Dat doen we dus maar zelf."